Blessures zijn een zetje tot verbetering

Om Blessurevrij Lopen te schrijven had ik twee jaar nodig, om de inhoud te verzamelen en te begrijpen 35 jaar. Ik ben kort na mijn hersentumor in 1984 gestart met hardlopen. Eerst zeer korte stukjes waarbij mijn lijf alles wou behalve een loopbeweging vormen, dan stilaan beweeglijker en werden de afstanden iets langer om uiteindelijk na vijf jaar het gevoel te hebben dat ik kon lopen met een normale beenbeweging en een redelijke snelheid.

 

Vooral in de beginjaren heb ik behoorlijk wat blessures gehad in het bijzonder rond de scheenbenen. Begrijpelijk omdat ik de neiging had om mijn voeten op de grond te planten in een gecontroleerde beweging die veel energie kostte. Ik kon gewoon niet meer spontaan lopen. Dus ging ik het proces aansturen met als gevolg om de zoveel tijd overbelasting en dus pijn. In die periode ging ik vaak op pad met een kurk tussen mijn tanden. En het was niet van de dorst.

 

Slim was dat allemaal niet altijd maar het leerde me wel mentaal hinder te verdragen en letterlijk door te bijten. En vooral het geloof ontwikkelen dat er veel moet gebeuren om echt te stoppen met lopen. Mentaal verder doen was meestal de eerste stap naar genezing. Met elke blessure bereik je een mentale bodem, het moment waarop het echt te lang lijkt te duren of te pijnlijk lijkt te worden, daar ga je door en plots verandert alles. En kijk je terug naar boven. Dat is de rijkdom van een blessure. Een blessure is een aanzet om ermee om te gaan en vooral om eruit te leren. De meeste blessures ontstaan omdat we geleidelijk aan in een onpraktisch patroon van bewegen zijn geraakt. Geen slecht patroon maar onpraktisch in onze zoektocht naar het ultieme. We kunnen op die manier lopen maar niet ons finale doel bereiken. Daardoor geraken we in onbalans. En omdat we dat ultieme doel willen nastreven hebben we een zetje tot verbetering nodig. En dat is dus een blessure.

Leave a Reply